Route: Hjolmo - Vivelid - Hedlo - Hadlaskard
Afstand: 17 km
Activiteiten: trekking door de Hardangervidda
Weer: regen, regen, regen
Overnachting: DNT-hut in Hadlaskard
We staan vroeg op en maken ons klaar om te vertrekken naar het startpunt van de vierdaagse trektocht over de Hardangervidda.
De Hardangervidda is de grootste hoogvlakte van Europa en staat bekend als een ruig gebied vanwege de talrijke plassen, rivieren, meren en sneeuwvelden. De hoogvlakte is (vrijwel) boomloos, en het hele jaar door kunnen in de hogere gebieden sneeuwresten liggen. Centraal ligt de Härteigen, een granieten kolos dat ongeveer 300 m boven de omliggende hoovlakte uittorend. Zijn hoedvormige silhouet is van verre goed te herkennen, wat hem tot de 'koning van de Hardangervidda' en herkenningspunt van de omgeving maakt.
In het boekje "Norway South" van Rother selecteerden we op voorhand een lusvormige tocht over de Hardangervidda. Het was een beetje sleutelen om een trektocht te vinden met voldoende uitdaging maar ook met voldoende uitwijkmogelijkheden en noodoplossingen. Aangezien dit de eerste keer is dat we op trektocht gaan met een 8 maand oude baby, moeten we op alles voorbereid zijn.


De geplande tocht loopt op de eerste dag van de parking bij Hjolmo via de hut van Vivelid en de hut van Hedlo tot de semi-bemande hut van Hadlaskard. Op dag twee zouden we van Hadlaskard tot de Torehytten gaan met de beklimming van de Härteigen als optie. Vanuit Torehytten zouden we op dag drie een niet-gemarkeerd route volgen die ons terug tot in Hedlo brengt en op dag vier zouden we de korte tocht van hedlo terug naar de auto wandelen.

Wim en Jo plannen om telkens in een hut te slapen, omdat het praktisch onmogelijk is om zowel de baby, de babyspullen, kookspullen als een tent mee te sleuren. Uli en ik verkiezen de tent en dragen dus de lichtgewicht tent mee die we in Seattle kochten.


Na een goed anderhalf uur stappen zien we de hutten van Vivelid aan de overkant van de Veig-rivier liggen. We stoppen even voor een eerste pauze om Oskar een lekker fruitpapje te laten eten.

De bomen zijn schaarser geworden en hebben plaats gemaakt voor rotsen en mos. We hebben zelden zoveel verschillende soorten mos gezien. Groen mos, wit mos, mos met bloemetjes, geel mos, moskringen op de rotsen,....
Ondanks het gebrek aan bomen zien we veel begroeiing en bloemetjes.
Na de korte pauze trekken we verder naar het Zuidoosten, door het dal. De vidda ligt er erg nat bij en we moeten steeds uitkijken waar we onze voeten plaatsen. Voor je het weet zak je tot aan je enkels door de drassige modder. We stappen van steen tot steen doorheen de moerassen. De wandelstokken bewijzen hun dienst en zijn een goede hulp om te testen hoe diep de modder wegzakt. Wanneer de stok tot over de helft in het moeras doorzakt is het toch even slikken en hopen dat je daar niet in terechtkomt. Voor Wim die de vrolijk wiebelende Oskar op zijn rug draagt, is het nog een pak moeilijker om zijn evenwicht te bewaren...
De tocht is op zich niet moeilijk en het terrein is redelijk vlak, maar door de staat van het pad gaat alles een pak trager. Bovendien is het ook nog eens gaan regenen.
Het is al bijna 15u wanneer we eindelijk aan de hut van Hedlo toekomen. We doen de modderige schoenen en regenbroeken uit en begeven ons snel in de droge, warme hut. Wim en Jo besluiten dat ze vandaag niet meer verder willen stappen. We zijn nog maar halfweg de tocht en het is toch al redelijk laat. Met de baby doen ze het liever wat rustiger aan. en blijven ze liever in de (waanzinnig dure) hut overnachten. Na even twijfelen, besluiten Uli en ik dat we toch gaan proberen om tot in Hadlaskard te geraken. Geraken we er niet, dan kunnen we nog altijd de tent onderweg opzetten. We spreken met Wim en Jo af dat we elkaar ofwel daags nadien in Torehytten zullen tegenkomen, en anders op dag 4 in Hedlo. Vinden we elkaar echt niet terug, dan spreken we af op dag 5 aan de auto.
Met veel moed trekken Uli en ik de regensbroeken en - jassen terug aan en begeven we ons in de gietende regen. De tocht loopt verder langs de kolkende Veig en wijkt dan iets meer af over brede, platte rotsen. De weg gaat erg vlot en al lachend noem ik het pad de "autostrade van de Vidda".
Nog geen uur later komen we toe aan de stenen huisjes in Rjoto, mooi op tempo dus. Ondanks de regen zien we het weer helemaal zitten.
We nemen een korte pauze en trekken verder tot de brug over de Rjotorivier. Maar de brug die krijgen we niet direct te zien. We moeten eerst nog een aftakking van de rivier oversteken. De plaats waar het pad staat aangegeven loopt door een wild kolkende rivier. De stapstenen zijn helemaal verdwenen onder het diepe water. Door de vele regen en de sneeuw die (uitzonderlijk laat in het jaar) nog aan het smelten is, ligt het waterniveau veel hoger dan gewoonlijk. We zoeken even stroomafwaarts naar een betere plek om de rivier over te steken, maar vangen bot. We vinden een plek waar je over grote stenen blokken kunt klauteren en dan twee stapstenen kunt gebruiken, maar door de omvang van onze rugzak geraken we niet veilig van de hoge blokken tot op de lage stapstenen. We zoeken dan maar verder terug stroomopwaarts en besluiten uiteindelijk dat er niets anders opzit dan de schoenen uit te trekken en de rivier te doorwaden.
Net waar we zin en tijd voor hebben! Niet dus.
We kruipen door de jeneverbessenstruik tot aan een smal en ondiep stukje rivier, doen de schoenen uit en trekken de broekspijpen naar boven. Daar staan we dan met blote voeten op het sompige mos van de Hardangervidda. De muggen beleven de tijd van hun leven en aanschouwen ons als een unieke feestmaaltijd. Mijn enkels worden door wel 30 muggen aangevallen. Veel tijd om te treuzelen hebben we niet. Uli gaat voor en stapt door de rivier tot aan de overkant. Ik volg haar en jammer me een weg door het ijskoude water. Eenmaal de rivier over beseffen we dat we vergeten zijn onze sandalen te gebruiken. En zeggen dat we die speciaal hebben meegesleurd voor dergelijke doorwadingen! Aangezien we nog steeds tussen de dichtbegroeide bessenstruiken en op het sompige mos staan, trekken we de sandalen alsnog aan. Een beetje verder vinden we het pad terug en nemen we even de tijd om de voeten te drogen en de schoenen terug aan te trekken zodat de muggen onze benen weer met rust kunnen laten.
Door de pauze en de doorwading hebben we welgeteld een uur verloren. Het is al bijna zes uur en we staan nog nergens. We maken ons ook zorgen om Wim en Jo die deze weg morgen moeten nemen met een baby op hun rug. Uli probeert nog een houten balk over de ondergelopen stapstenen te leggen, maar tevergeefs.
Vanuit Rjoto gaat de weg stijgend verder langsheen de top van de Hallaskarhalsen. We moeten nog enkele rivieren oversteken, maar ontsnappen gelukkig aan een tweede doorwading dankzij Uli's creativiteit en kracht: "als er geen stapstenen voorhanden zijn, dan moeten we ze maar zelf voorzien". Na het verplaatsen van enkele loodzware rotsblokken geraken we ook veilig en droog over de laatste rivier van het Rjotodal. De volgende uitdagingen liggen in de sneeuwvelden die we moeten oversteken. Sneeuwvelden van smeltende sneeuw die over rivieren heen "hangen" lijken ons niet de meest veilige manier om tot een bestemmig te geraken. Maar bon, we geraken ook veilig over de sneeuw en begeven ons op het hoogste punt van te beklimmen berg.
De stenen en rotsblokken maken plaats voor een platte rotsachtige ondergrond. Met de aanhoudende regen is de ondergrond gevaarlijk glad. Zeg maar spekglad.
We zijn moe maar stappen toch op stevig tempo door. Veel opties zijn er niet want de ondergrond leent zich echt niet tot het opstellen van de tent. En dan gebeurt het. Uli glijdt uit op de rots en valt lelijk op haar knie en scheenbeen. Eventjes schieten er allerlei doemscenario's door ons hoofd. Geen gsm ontvangst, de hut die nog zo ver weg ligt en vooral ook geen kat te bespeuren. Gelukkig is Uli een taaie en staat ze gewoon op en stapt ze verder. De tranen lopen van haar wangen en al wil ze het niet toegeven, ik zie wel dat ze de pijn aan het verbijten is en zich sterk aan het houden is. Al mankend dalen we voorzichtig verder op de gladde rotsen. We komen nog een reeks schapen tegen die de weg versperren en zien uiteindelijk in de verre, verre verte een hut liggen in het Hallaskardal. Het is alweer zeven uur en we schatten dan we nog zeker een uur te gaan hebben. Zucht.
Eenmaal in het dal zélf blijkt dat het pad een rivier is geworden. We verliezen weer kostbare tijd door ons telkens een weg te moeten banen rondom de ondergelopen stukken weg. Het dal brengt ons door moerassen waar de grassen in het water groeien en er geen droge plekken meer te bespeuren vallen. We zijn zo moe dat het water ons zelf niet meer kan deren. We stappen zo door de modder en moerassen heen en zien de Hadlaskard-hut steeds dichterbij komen.
Met de laatste krachten komen we eindelijk aan de hut toe. Het is 20u uur en we zijn al van 10u onderweg. We hebben geen energie meer om een tent op te zetten en hebben zin in een droge plek om te slapen. Tot overmaat van ramp blijkt de hut op slot te zijn. Het is een semi-onbemande hut waarvoor je de DNT-sleutel nodig hebt om binnen te geraken. En laat het nu net zijn dat die Wim en Jo die sleutel bijhebben. Gelukkig komt er uit een ander hutje een dame op ons af. De hut is toch open en in deze periode ook bemand. Oef!
De wel erg praatzame dame leidt ons rond in de hut en legt uit waar we onze kleren kunnen laten drogen. De gastvrouw is vrijwilligster en blijft gedurende een week ter plaatse en slaapt in het huisje naast de hut. We hebben de hut voor ons alleen en mogen een kamer naar keuze kiezen. De dame blijft maar vertellen: dat er geen electriciteit is en het water uit de rivier moet gehaald worden, dat we ons in het winkeltje kunnen bedienen en adhv de prijstlijst het gepaste geld in het doosje kunnen leggen, dat we voorzichtig moeten zijn met de kachel en het gasfornuis, dat we de kaarsen niet moeten vergeten uitblazen als we gaan slapen,... Tijdens haar geratel hou ik het niet meer en zet ik me even op een stoel. Ik ben lijkbleek en voel me helemaal wegtrekken. We hebben in feite amper gegeten vandaag en ik ben helemaal flauw. Uli neemt het even over en wanneer de dame ons alleen laat kookt ze een lekkere pasta met pesto. Ik ben zo slap dat ik zelf geen honger meer heb (en dat zegt veel!).
Eenmaal de krachten terug komen, komt ook de gastvrouw terug om de kachel aan te steken. Ze weet ons te vertellen dat er gisteren nog twee gasten waren die ook tot de Harteigen wilden gaan maar zijn moeten terugkeren omdat ze tot aan hun middel door de rivieren moesten waden. De Harteigen zélf valt nog niet te beklimmen omwille van de bedriegelijke sneeuwvelden. Een vader en zoon hebben ook door de sneeuwvelden rechtsomkeer moeten maken en hebben onderweg zelf in een verlaten stenen noodhut moeten bivakkeren. Slik.
We bedenken dat Wim en Jo onder deze omstandigheden veel moeite gaan hebben om tot in Hadlaskard te geraken met de baby. Uiteindelijk besluiten we de oorspronkelijke plannen om te gooien. Het lijkt ons veiliger om rechtsomkeer te maken. We zien de diepe doorwadingen niet zitten en de niet-gemarkeerde route van Torehytten naar Hedlo schrikt ons af. De Hardangervidda is sterker dan ons en we geven ons liever gewonnen.
Er is geen gsm-ontvangst dus hopen we maar dat we Wim en Jo onderweg gaan tegenkomen of ergens gaan kunnen bereiken. Desnoods zien we ze terug in Hedlo of aan de auto.
'S avonds genieten we nog even van de warmte van de kachel en een thee'tje. Onze kleren hebben we te drogen gehangen op het rekje naast de kachel. Het uitzicht op de Harteigen en de vlaktes van de Hardangervidda, de stilte en eenzaamheid van de verlaten hut en het warme vuur van de kachel maken de zware tocht meer dan de moeite waard!
Het is al 10 uur wanneer we via een smalle, kronkelende bergroute vanuit Ovre Eidfjord op de parking van Hjolmo toekomen. We proppen de laatste benodigdheden weg en vertrekken met de zware rugzakken voor wat een lange tocht zal worden.

De eerste kilometers zijn al meteen een goede opwarming. We stijgen een goede 160m op een goed begaanbaar pad dat tussen de bomen door loopt. De zon schijnt en we zien het helemaal zitten. Na een goed anderhalf uur stappen zien we de hutten van Vivelid aan de overkant van de Veig-rivier liggen. We stoppen even voor een eerste pauze om Oskar een lekker fruitpapje te laten eten.
De bomen zijn schaarser geworden en hebben plaats gemaakt voor rotsen en mos. We hebben zelden zoveel verschillende soorten mos gezien. Groen mos, wit mos, mos met bloemetjes, geel mos, moskringen op de rotsen,....
Ondanks het gebrek aan bomen zien we veel begroeiing en bloemetjes.
Na de korte pauze trekken we verder naar het Zuidoosten, door het dal. De vidda ligt er erg nat bij en we moeten steeds uitkijken waar we onze voeten plaatsen. Voor je het weet zak je tot aan je enkels door de drassige modder. We stappen van steen tot steen doorheen de moerassen. De wandelstokken bewijzen hun dienst en zijn een goede hulp om te testen hoe diep de modder wegzakt. Wanneer de stok tot over de helft in het moeras doorzakt is het toch even slikken en hopen dat je daar niet in terechtkomt. Voor Wim die de vrolijk wiebelende Oskar op zijn rug draagt, is het nog een pak moeilijker om zijn evenwicht te bewaren...
De tocht is op zich niet moeilijk en het terrein is redelijk vlak, maar door de staat van het pad gaat alles een pak trager. Bovendien is het ook nog eens gaan regenen.
Het is al bijna 15u wanneer we eindelijk aan de hut van Hedlo toekomen. We doen de modderige schoenen en regenbroeken uit en begeven ons snel in de droge, warme hut. Wim en Jo besluiten dat ze vandaag niet meer verder willen stappen. We zijn nog maar halfweg de tocht en het is toch al redelijk laat. Met de baby doen ze het liever wat rustiger aan. en blijven ze liever in de (waanzinnig dure) hut overnachten. Na even twijfelen, besluiten Uli en ik dat we toch gaan proberen om tot in Hadlaskard te geraken. Geraken we er niet, dan kunnen we nog altijd de tent onderweg opzetten. We spreken met Wim en Jo af dat we elkaar ofwel daags nadien in Torehytten zullen tegenkomen, en anders op dag 4 in Hedlo. Vinden we elkaar echt niet terug, dan spreken we af op dag 5 aan de auto.
Met veel moed trekken Uli en ik de regensbroeken en - jassen terug aan en begeven we ons in de gietende regen. De tocht loopt verder langs de kolkende Veig en wijkt dan iets meer af over brede, platte rotsen. De weg gaat erg vlot en al lachend noem ik het pad de "autostrade van de Vidda".
Nog geen uur later komen we toe aan de stenen huisjes in Rjoto, mooi op tempo dus. Ondanks de regen zien we het weer helemaal zitten.
We nemen een korte pauze en trekken verder tot de brug over de Rjotorivier. Maar de brug die krijgen we niet direct te zien. We moeten eerst nog een aftakking van de rivier oversteken. De plaats waar het pad staat aangegeven loopt door een wild kolkende rivier. De stapstenen zijn helemaal verdwenen onder het diepe water. Door de vele regen en de sneeuw die (uitzonderlijk laat in het jaar) nog aan het smelten is, ligt het waterniveau veel hoger dan gewoonlijk. We zoeken even stroomafwaarts naar een betere plek om de rivier over te steken, maar vangen bot. We vinden een plek waar je over grote stenen blokken kunt klauteren en dan twee stapstenen kunt gebruiken, maar door de omvang van onze rugzak geraken we niet veilig van de hoge blokken tot op de lage stapstenen. We zoeken dan maar verder terug stroomopwaarts en besluiten uiteindelijk dat er niets anders opzit dan de schoenen uit te trekken en de rivier te doorwaden.
Net waar we zin en tijd voor hebben! Niet dus.
We kruipen door de jeneverbessenstruik tot aan een smal en ondiep stukje rivier, doen de schoenen uit en trekken de broekspijpen naar boven. Daar staan we dan met blote voeten op het sompige mos van de Hardangervidda. De muggen beleven de tijd van hun leven en aanschouwen ons als een unieke feestmaaltijd. Mijn enkels worden door wel 30 muggen aangevallen. Veel tijd om te treuzelen hebben we niet. Uli gaat voor en stapt door de rivier tot aan de overkant. Ik volg haar en jammer me een weg door het ijskoude water. Eenmaal de rivier over beseffen we dat we vergeten zijn onze sandalen te gebruiken. En zeggen dat we die speciaal hebben meegesleurd voor dergelijke doorwadingen! Aangezien we nog steeds tussen de dichtbegroeide bessenstruiken en op het sompige mos staan, trekken we de sandalen alsnog aan. Een beetje verder vinden we het pad terug en nemen we even de tijd om de voeten te drogen en de schoenen terug aan te trekken zodat de muggen onze benen weer met rust kunnen laten.
Door de pauze en de doorwading hebben we welgeteld een uur verloren. Het is al bijna zes uur en we staan nog nergens. We maken ons ook zorgen om Wim en Jo die deze weg morgen moeten nemen met een baby op hun rug. Uli probeert nog een houten balk over de ondergelopen stapstenen te leggen, maar tevergeefs.
Vanuit Rjoto gaat de weg stijgend verder langsheen de top van de Hallaskarhalsen. We moeten nog enkele rivieren oversteken, maar ontsnappen gelukkig aan een tweede doorwading dankzij Uli's creativiteit en kracht: "als er geen stapstenen voorhanden zijn, dan moeten we ze maar zelf voorzien". Na het verplaatsen van enkele loodzware rotsblokken geraken we ook veilig en droog over de laatste rivier van het Rjotodal. De volgende uitdagingen liggen in de sneeuwvelden die we moeten oversteken. Sneeuwvelden van smeltende sneeuw die over rivieren heen "hangen" lijken ons niet de meest veilige manier om tot een bestemmig te geraken. Maar bon, we geraken ook veilig over de sneeuw en begeven ons op het hoogste punt van te beklimmen berg.
De stenen en rotsblokken maken plaats voor een platte rotsachtige ondergrond. Met de aanhoudende regen is de ondergrond gevaarlijk glad. Zeg maar spekglad.
We zijn moe maar stappen toch op stevig tempo door. Veel opties zijn er niet want de ondergrond leent zich echt niet tot het opstellen van de tent. En dan gebeurt het. Uli glijdt uit op de rots en valt lelijk op haar knie en scheenbeen. Eventjes schieten er allerlei doemscenario's door ons hoofd. Geen gsm ontvangst, de hut die nog zo ver weg ligt en vooral ook geen kat te bespeuren. Gelukkig is Uli een taaie en staat ze gewoon op en stapt ze verder. De tranen lopen van haar wangen en al wil ze het niet toegeven, ik zie wel dat ze de pijn aan het verbijten is en zich sterk aan het houden is. Al mankend dalen we voorzichtig verder op de gladde rotsen. We komen nog een reeks schapen tegen die de weg versperren en zien uiteindelijk in de verre, verre verte een hut liggen in het Hallaskardal. Het is alweer zeven uur en we schatten dan we nog zeker een uur te gaan hebben. Zucht.
Eenmaal in het dal zélf blijkt dat het pad een rivier is geworden. We verliezen weer kostbare tijd door ons telkens een weg te moeten banen rondom de ondergelopen stukken weg. Het dal brengt ons door moerassen waar de grassen in het water groeien en er geen droge plekken meer te bespeuren vallen. We zijn zo moe dat het water ons zelf niet meer kan deren. We stappen zo door de modder en moerassen heen en zien de Hadlaskard-hut steeds dichterbij komen.
Met de laatste krachten komen we eindelijk aan de hut toe. Het is 20u uur en we zijn al van 10u onderweg. We hebben geen energie meer om een tent op te zetten en hebben zin in een droge plek om te slapen. Tot overmaat van ramp blijkt de hut op slot te zijn. Het is een semi-onbemande hut waarvoor je de DNT-sleutel nodig hebt om binnen te geraken. En laat het nu net zijn dat die Wim en Jo die sleutel bijhebben. Gelukkig komt er uit een ander hutje een dame op ons af. De hut is toch open en in deze periode ook bemand. Oef!
Eenmaal de krachten terug komen, komt ook de gastvrouw terug om de kachel aan te steken. Ze weet ons te vertellen dat er gisteren nog twee gasten waren die ook tot de Harteigen wilden gaan maar zijn moeten terugkeren omdat ze tot aan hun middel door de rivieren moesten waden. De Harteigen zélf valt nog niet te beklimmen omwille van de bedriegelijke sneeuwvelden. Een vader en zoon hebben ook door de sneeuwvelden rechtsomkeer moeten maken en hebben onderweg zelf in een verlaten stenen noodhut moeten bivakkeren. Slik.
We bedenken dat Wim en Jo onder deze omstandigheden veel moeite gaan hebben om tot in Hadlaskard te geraken met de baby. Uiteindelijk besluiten we de oorspronkelijke plannen om te gooien. Het lijkt ons veiliger om rechtsomkeer te maken. We zien de diepe doorwadingen niet zitten en de niet-gemarkeerde route van Torehytten naar Hedlo schrikt ons af. De Hardangervidda is sterker dan ons en we geven ons liever gewonnen.
Er is geen gsm-ontvangst dus hopen we maar dat we Wim en Jo onderweg gaan tegenkomen of ergens gaan kunnen bereiken. Desnoods zien we ze terug in Hedlo of aan de auto.
'S avonds genieten we nog even van de warmte van de kachel en een thee'tje. Onze kleren hebben we te drogen gehangen op het rekje naast de kachel. Het uitzicht op de Harteigen en de vlaktes van de Hardangervidda, de stilte en eenzaamheid van de verlaten hut en het warme vuur van de kachel maken de zware tocht meer dan de moeite waard!



Geen opmerkingen:
Een reactie posten