Deze blog is verhuisd.

Je wordt automatisch doorverwezen binnen de 6 seconden. Loopt er iets mis, klik dan op
www.lauruli.com
en pas je favorieten aan.

vrijdag 2 augustus 2013

IJsland 2013 - dag 3 - Laugavegur deel 1

Klik hier voor een overzicht van de reis.

Route:  Landmannalaugar - Alftavatn

Afstand:  24 km (te voet)
Wandelduur: 6 uur
Activiteiten: trekking over de Laugavegur
Weer: zonnig
Overnachting: Alftavatn camping

We hebben vannacht geen oog dichtgedaan van de kou. Het leek wel meerdere graden onder nul en de muts en slaapzak boden niet genoeg warmte. Misschien toch eens tijd om te investeren in een slaapzak met comforttemperatuur onder nul? Alleszins, opstaan is een makkie als je zin hebt in een warm drankje om op te warmen!
Na een goede warme (oplos)koffie plooien we de tent op en maken we ons klaar om te vertrekken voor de Laugavegur trektocht, een populaire vierdaagse trektocht via de mooiste landschappen van IJsland en een van de hoofdredenen waarom we naar IJsland reizen.

Zoals het hoort tekenen we het register van de hut met vertrekuur en bestemming. Het is 8u30 en we zijn de allereersten op de lijst: dat belooft een rustige wandeling te worden! We laten het drukke "basecamp" achter ons en nemen dezelfde weg als gisteren, over de helling achter de hut en door het lavaveld Laugarhaun.
De ryolietbergen zagen we gisteren ook al maar toch blijven we onder de indruk van al dat schoons. In plaats van de rivierbedding over te steken, volgen we nu het pad richting Hrafntinnusker, onze eindbestemming voor vandaag. Onderweg komen we al gauw de eerste fumarolen tegen: gaten waaruit stoom en (stinkende) zwaveldampen komen. 
Het pad begint stilaan te stijgen, waardoor we achter ons een mooi uitzicht krijgen over het lavaveld bij Landmannalaugar.
Als we even op adem komen, komen we ook de eerste tegenligger tegen: een jonge kerel dat in bloot bovenlijf naar beneden holt. We vermoeden dat hij een nachtje door gewandeld heeft of toch heel vroeg is vertrokken, gezien het vroege uur. Op ons eigen tempo klimmen we verder.
Na een toch wel stevige klim, laten we de vallei van Landmannalaugar achter ons en komen we op een plateau vanwaar we een heel nieuw landschap te zien krijgen: we wanen ons in een postkaartje! De bergen lijken op te lichten in het zonlicht en nemen alle mogelijke kleuren aan: groen, geel, oranje, rood, blauw, paars,...en vooral: geen enkele andere wandelaar te verkennen! Vroeg opstaan (lees: niet slapen van de kou) loont!
We eten een koekje en wandelen verder, op en neer over de heuveltjes. Het pad is makkelijk begaanbaar en is honderden meters in de verte al te zien dankzij het goede weer. Af en toe moeten we over een stukje sneeuw, over een stroompje of door de zwaveldampen van een fumarole.
We moeten nog een paar heuveltjes en sneeuwvlaktes over tot we uiteindelijk de hut van Hrafntinnusker in het zicht krijgen.
Rond 12u30 komen we toe aan de hut. We hebben er drie uur over gestapt, een pak sneller dan we hadden verwacht. Het is nog vroeg en behalve een wandeling naar een ijsgrot valt er aan de hut niet zo veel te beleven. We besluiten om vandaag nog verder te wandelen tot de volgende hut, zo'n 11-tal km verderop. Het is mooi weer, we zijn nog helemaal niet moe en we zien het na de vorige ijskoude nacht vooral niet zitten om te slapen op deze hoogte: het waait en de kampeerplekjes zijn afgebakend met stenen muurtje, dat voorspelt niet veel goeds! 

We eten een boterham met leverpastei en een soepje en maken kennis met een frans-duits koppel dat vanuit Alftavatn komt. Ook zij gaan vandaag de twee etappes doen. Ze vertellen over hun tocht die in Skogar is begonnen, waarbij ze in twee -volgens hen- zware, helse dagen tot Thorsmork gewandeld hebben. Onze trektocht eindigt wegens tijdsgebrek in Thorsmork, maar het is goed om weten dat de uitbreiding naar Skogar moeilijk in één dag te doen is.
Na een aangename lunchpauze trekken we vol goede moed verder. Het pad leidt ons van heuvel naar ravijn, steeds op en af over steile, slipperige hellingen. Sommige ravijnen zijn nog wel gevuld met sneeuw, wat het wandelen wel makkelijker maakt.
Het profiel van de bergschoenen van Ulrike is nogal versleten, en daardoor schuift ze een paar keer uit en valt ze zelfs op haar pols. Gelukkig is er niets erg aan de hand. Achter ons kunnen we nog steeds de hut van Hrafntinnusker zien. We kunnen ons wel voorstellen hoe frustrerend dat moet zijn als je de route omgekeerd afloopt, moe bent, en al die tijd de hut al ziet.
Het pad brengt ons via een winderige bergkam over de Haskerdingur (1281 m). Vanop de richel hebben we een mooi uitzicht over de ryolietbergen, die we nu achter ons laten.
We wandelen voorbij een oranje gekleurd stroompje met felgroen mos en zwart zand en komen uiteindelijk uit op een indrukwekkend uitzicht over een vallei met gletsjers, mosgroene bergpieken en het meer van de hut Alftavatn. Het uitzicht reikt tot kilometers ver en is werkelijk adembenemend.
Om in de vallei te geraken moeten we eerst een steile afdaling overmeesteren. Het pad is erg steil en bij elke stap schuiven we mee met de steentjes en het zand. We hebben al een twintigtal kilometers achter de rug, de knieën zijn moe en deze afdaling valt vooral mij erg zwaar. Gelukkig heeft Ulrike geduld, en geraak ik met voorzichtige stapjes zonder vallen beneden. Uiteraard lijkt de hellingsgraad op de foto hieronder piece of cake :-)
Eenmaal in de vallei kunnen de kniën weer wat rusten en is het pad min of meer plat. Met behulp van een houten balk steken we een riviertje over. De vallei is erg groen en mossig in tegenstelling tot het landschap waar we vandaan komen.
De laatste kilometer is erg makkelijk maar omdat we moe zijn lijkt het wel eeuwen te duren vooraleer we bij de hut zijn. Uiteindelijk is het 16u wanneer we de rugzakken kunnen afsmijten aan de hut van Alftavatn. We hebben er 24 km opzitten en hebben 7 uur gewandeld met een rugzak van om en bij de 14 kilo.

Ulrike bemachtigt het voorlaatste colablikje bij de hutwaardin, we schrijven onze naam op het wandelregister en zetten vervolgens de tent op, op een goede afstand van de hut en de andere tentjes, dicht bij de oever van het meer. Het waait erg hard, waardoor we al snel de oriëntatie van onze tent moeten wijzigen om te vermijden dat de wind inslaat (we leren bij!).
Door de wind draait onze poging op een heerlijke warme douche uit op een echte flop: er is maar één douche waarvan de boiler werkt, dus we schuiven een dik halfuur aan en wanneer het dan eindelijk aan ons is waait het zo hard dat de wind steeds het vlammetje van de boiler uitblaast. Uiteindelijk douchen we ons met ijskoud water.

De koude wind maakt ook dat we voor het eerst in de voortent koken, wat aardig lukt. Het loont op vlak van comfort dan toch om een iets zwaardere tent mee te sleuren. Trekken doen we graag, maar inboeten op comfort doen we liever niet. Dat geldt ook voor het eten: we houden niet zo van kant en klare trekkersmaaltijden, dus eten we vanavond (oplos)puree met spek (vaccuum verpakt), wortel en champignon en als dessert een (oplos)pudding. Een heerlijke maaltijd, alleen wat vervelend om de vettige kookpot nadien af te wassen met enkel koud water.

We genieten nog even van de prachtige omgeving, en kruipen rond half negen al in onze slaapzakken. Deze keer beter ingeduffeld dan de vorige nacht: de slaapzakken gaan helemaal toe en sokken blijven aan.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten